Categorieën
tips

3 klassieke fouten in storytelling

Goed nieuws: steeds meer bedrijven en organisaties doen aan storytelling. Minder goed nieuws: veel verhalen gaan de mist in. Deze drie fouten zien we vaak terugkeren.

3 klassieke fouten in storytelling
Foto NeONBRAND | Source: Unsplash

Bij Verhalenmakers bekijken we elke week tientallen verhalen, online en offline, van lange verhalen tot micro stories, meeslepende teksten en visual storytelling met impact. We gebruiken ze in onze lessen, workshops, handleidingen en coaching-trajecten.

Het is verheugend om vast te stellen dat steeds meer bedrijven en organisaties storytelling een vaste plek geven in hun communicatie. Er is geen betere manier om een duurzame band te smeden met je publiek.

Het aantal fouten neemt fors toe

Helaas zien we ook het aantal fouten even hard toenemen. En dat is dodelijk, want met de toenemende concurrentie onder verhalen vertellende organisaties wordt dat genadeloos afgestraft.

Dat je met storytelling de schijnwerpers op een concrete persoon, een hoofdpersoon, richt, is stilaan bekend. Maar het is niet omdat je iemand laat vertellen (of zelf over iemand vertelt), dat je meteen een verhaal hebt.

1. Obstakels: het gaat niet vanzelf

Een van de vaakst voorkomende fouten is dat voor de hoofdpersoon alles vanzelf lijkt te gaan. Er duiken geen obstakels op. Niet dat die er niet zijn, ze worden gewoon niet verteld of getoond. Boekt de held ergens succes, dan lijkt daar geen inspanning aan vooraf te zijn gegaan.

No sweat, no glory – bij Club Brugge weten ze dat al langer. Je publiek zal pas in je helden geloven als het ziet dat ze inspanningen moeten leveren. “When a story is weak, the inevitable cause is that forces of antagonism are weak”, zegt storytelling-expert Robert McKee.

3 klassieke fouten in storytelling. Nike-campagne Colin Kaepernick.

Het is een van de redenen dat de Nike-campagne rond Colin Kaepernick zo’n impact had. De American football-speler ontketende een storm van protest, met president Trump als luidste brulboei, toen hij in 2016 knielde bij het spelen van het Amerikaanse volkslied. Hij deed dat uit protest tegen het racisme in zijn land.

De gemoederen raakten zo verhit dat Kaepernick zijn baan verloor. “Geloof ergens in. Ook al betekent dit dat je er alles voor opoffert”, bedacht Nike als slogan. (Trouwens ook een mooi van impliciete storytelling.)

2. Vertellen, niet uitleggen

Nog een klassieker: de hoofdpersoon vertelt over je organisatie en begint uit te leggen waarom je organisatie zo fantastisch is. En dan volgen de argumenten – ten eerste, ten tweede, ten derde. Je hoofdpersoon begint als een PowerPoint te praten.

Verhalen vertellen is net het tegenovergestelde. Geen uitleg maar acties. Niet vertellen waarom iets gebeurt, maar wat er gebeurt. Het zijn de acties die de verbeelding van je publiek in gang zetten. De kijker, lezer of luisteraar ziet het zo voor zich. Een regisseur onderbreekt zijn film ook niet om zelf even te komen uitleggen waarom de held zopas iets heeft gedaan.

In dit filmpje dat we voor de Kringwinkels maakten, vertelt Jessica wat ze allemaal heeft meegemaakt in haar leven. We kunnen ons zo voorstellen hoe ze die dweil uitwringt (met een pijnlijke grimas op haar gezicht ongetwijfeld), hoe ze dat briefje met de vacature ziet hangen en haar droom werkelijkheid ziet worden.

Ze legt niet uit waarom de Kringwinkel zo belangrijk is voor haar. Door alleen te vertellen wat ze allemaal heeft gedaan, wordt die impact vanzelf duidelijk. Geen PowerPoint zal het zo duidelijk maken.

3. Hang zelf de held niet uit

Met de regelmaat van een klok geven organisaties mensen het woord aan mensen waarvoor ze zich dagelijks inzetten: een kledingwinkel die zijn klant laat vertellen, een daklozenorganisatie die een dakloze het woord geeft.

Het scenario gaat dan vaak als volgt. De hoofdpersoon heeft een probleem: ik vind geen hippe jurk; of: ik vind geen dak boven mijn hoofd. Hij of zij weet absoluut niet hoe dat probleem kan worden opgelost. Maar gelukkig, zo vertelt de hoofdpersoon, was daar die hippe kledingzaak, of die warme daklozenorganisatie.

Als een deus ex machine komt je organisatie dan uit de hemel neergedaald om het probleem van de fashionista of arme stakker op te lossen. En zo wordt je organisatie ineens de held van het verhaal. En ben je weer gewoon promotie aan het voeren. Gedaan storytelling. Weg connectie met je publiek.

Invisible People toont hoe het wel moet. De organisatie zet zich in voor daklozen. Die krijgen het woord in talloze video’s. Maar nergens valt ook maar één keer de naam van de organisatie. Die zie je pas na het filmpje. De held van van dit schrijnende verhaal blijft Stephanie, die op straat slaapt ook al heeft ze in Afghanistan gevochten, ook al heeft ze een vrouw gered bij een terreuraanslag.

Wil je zelf aan de slag gaan met storytelling? Verhalenmakers maakt niet alleen verhalen, we helpen je ook verhalen maken, onder meer via opleidingen storytelling.

Categorieën
tips

7 tips van de deelnemers van onze opleiding

De tweede opleiding Storytelling voor social profit en overheid van dit jaar zit erop (dit najaar komt er nog een derde). We vroegen de deelnemers op het eind zelf elk een tip te geven voor organisaties die met storytelling aan de slag willen gaan. Dit zijn hun 7 tips.

tips voor storytelling

1. Storytelling begint bij authenticiteit

Vertel een authentiek verhaal. Hang het op aan één concrete persoon, een mens van vlees en bloed die een herkenbaar probleem moet zien op te lossen. Verzin geen held. Collega's, vrijwilligers, je publiek: je organisatie zit vol van de authentieke verhalen.

2. Vertel 1 verhaal tegelijk

Je publiek zal je verhaal alleen volgen als dat verhaal helder is, als de held één duidelijk doel voor ogen heeft, als dat doel de oplossing van één duidelijk probleem is. Een verhaal waarbij de held meerdere problemen tegelijk moet zien op te lossen (geen geld, geen tijd, geen kennis …), wordt al snel onduidelijk. Het gaat verschillende richtingen uit en dan haakt je publiek nog voor het einde af.

3. Niet je organisatie is de held

Via verhalen zet je je organisatie in de kijker, maar het is niet de bedoeling van je organisatie de held te maken, anders krijg je promotie die vermomd is als een verhaal, en dan voelt je publiek zich bekocht. Je held is een gewoon persoon die een probleem wil oplossen. Hij wil zijn woning energiezuiniger maken bijvoorbeeld. Jouw organisatie kan daarvoor de oplossing hebben, de Woningpas van de Vlaamse overheid, maar het is nog altijd de held die het initiatief moet nemen. De held lost zelf het probleem op, maar met jouw hulp – een belangrijke nuance.

4. Storytelling in plaats van tips

Je hebt veel expertise in je domein en kunt je publiek dus veel tips geven, bijvoorbeeld over studeren in Brussel. Maar je kunt die tips ook als verhalen verpakken, verhalen van studenten die iets bijzonders hebben meegemaakt op een bepaalde plaats in Brussel. Tips kun je overal vinden, verhalen zijn uniek.

5. Toon wat je achter de schermen doet

Zeker online kun je veel verhalen over je eigen organisatie vertellen: over je ontstaan, je evolutie, je succesvolle projecten. Ook over wat je vandaag doet, de projecten die je nu aan het realiseren bent, kun je veel vertellen. Sociale media zijn de ideale kanalen voor deze making of-verhalen achter de schermen.

6. Vergeet de schurk niet

Een verhaal begint altijd bij een held, een mens van vlees en vloed. Maar die zal de aandacht van het publiek pas trekken (en vasthouden) als die met een probleem geconfronteerd wordt. Een goede held kan niet zonder een schurk.

7. Het obstakel hoeft niet altijd expliciet

In storytelling voor onze organisatie is de schurk natuurlijk meestal geen echte mens; die vind je vooral in films en romans. In onze verhalen is de schurk een abstracter obstakel: de held heeft te weinig geld, wordt ziek, mist de juiste informatie. Dat obstakel hoeft niet altijd expliciet genoemd te worden. Als Jolien, kotstudent in Brussel, vertelt dat ze ook in Antwerpen en Leuven op kot heeft gezeten maar dat ze Brussel het leukst vindt omdat "je nooit weet echt weet, als je de hoek om draait, wat je gaat tegenkomen", dan geeft ze impliciet haar obstakel aan: Antwerpen en Leuven waren haar te voorspelbaar.

Met dank aan Merijn Van den Eede, Katrijn Devlaminck, Liesbet Corthout, Zeno Demaerschalk, Peter Van Eetvelde, Stijn Wastyn, Judith Spillemaeckers en Tessa Delbeke.

Wil je zelf aan de slag gaan met storytelling? Verhalenmakers maakt niet alleen verhalen, we helpen je ook verhalen maken, onder meer via opleidingen storytelling.