Wat de Brusselse dino’s ons over storytelling leren

Ineens, zonder dat ik het gepland had, stond ik tussen de dinosaurussen. En in dat prachtige Museum voor Natuurwetenschappen besefte ik andermaal: geen verhaal zonder tijdlijn. En vooral: geen tijdlijn zonder verandering.

Geen storytelling zonder verandering: Arkhane.
Arkhane, de nieuwe gast.

Ik wilde vorige week eigenlijk alleen maar even naar Brussel voor een lunch – met Helga Basteleurs en Kurt Jacobs van de Gezinsbond, twee keien van communicatiemensen, met het hart op de juiste plaats, collega’s die ik al veel te lang niet meer had gezien.

Het plan was: na de lunch met de metro terug naar Brussel-Zuid, meteen weer op de trein naar Gent. Maar toen bedacht ik ineens dat ik me vlak bij het Museum voor Natuurwetenschappen bevond. En dat ze daar sinds kort een nieuwe gast hebben, Arkhane, een 150 miljoen jaar oude allosauriër. Die wilde ik wel even gaan begroeten.

Galerij van de Evolutie

Veel tijd had ik niet, maar een half uur, dat kon er wel af. Voor ik het wist, waren er twee uur voorbij.

Het museum heeft – heel slim – Arkhane halfweg de Galerij van de Evolutie opgesteld. Die enorme zaal heb ik altijd wat verwaarloosd, telkens opnieuw blijf ik bij die betoverende iguanodons van Bernissart in de centrale zaal hangen. Maar nu moest ik er wel heen, voor de nieuwe gast.

Geen storytelling zonder verandering: Galerij van de Evolutie.
De Galerij van de Evolutie.

De Galerij van de Evolutie vertelt het verhaal van het leven op aarde, van het prilste begin, honderden miljoenen jaren geleden, tot vandaag, van de eerste bacteriën, over de dinosaurussen, tot de dieren waar de mens zelf zijn stempel heeft op gedrukt. Het is één stoet van skeletten, fossielen en vreemdsoortige afbeeldingen.

Termen als Cambrium, Devoon, Carboon, Jura en Eoceen vliegen je om de oren. Welbeschouwd een ver-van-mijn-bed-show, tenzij je een geoloog of iets van die strekking bent. 99 procent van het verhaal speelt zich honderdduizenden, miljoenen jaren voor de komst van de eerste mensachtige af. En toch zit je meteen in het verhaal. Dankzij de tijdlijn.

Tijdlijn

Al in het gangetje dat je naar de Galerij van de Evolutie leidt, lees je waar je bent. -3800 miljoen jaar staat er, in koeien van letters. Daar begint het dus. Zelfs al kunnen we ons die 3,8 miljard jaar niet voorstellen, het voelt vertrouwd. Omdat je in het begin van elk verhaal een tijdsaanduiding verwacht. (Er was eens, heel lang geleden … )

En omdat je weet dat je verderop in het verhaal een nieuwe tijdsaanduiding mag verwachten, een nieuw blaadje op de scheurkalender dat de held wat verder op de tijdlijn doet belanden.

Ook hier is dat het geval. Om de twintig passen krijg ik een nieuw jaartal voor de voeten. Bij –542 miljoen jaar kom ik het Cambrium binnen, bij -200 miljoen jaar het Jura, bij -10.000 jaar zowaar al het heden. De held van dit verhaal is geen mens natuurlijk, die krijgt op het eind even een figurantenrol, in deze galerij is het leven zelf de hoofdpersoon.

Geen storytelling zonder verandering: Galerij van de Evolutie.
Het begin van de Galerij van de Evolutie.

Verandering

Maar een tijdlijn op zich volstaat niet. Hij werkt alleen maar als er bij elke tijdsaanduiding iets verandert.

Verandering is een van de basisingrediënten van storytelling. Op het einde van elk verhaal moet de held veranderd zijn. Het is de voortdurende verandering onderweg naar dat eindpunt die ervoor zorgt dat je publiek je verhaal blijft volgen. Anders stapel tijdstippen op en valt je publiek in slaap.

Dat heeft dit museum zeer goed begrepen – met een naam als de Galerij van de Evolutie heeft deze zaal natuurlijk een reputatie te verdedigen. Bij elk jaartal krijg je te lezen wat er op dat moment verandert. “542 miljoen jaar geleden ontwikkelden de geleedpotigen voor het eerst ogen”, lezen we ergens in het begin. Halfweg, vlak bij Arkhane, staat: “252 miljoen jaar geleden verdwenen plotseling 95 procent van de soorten.”

Geen storytelling zonder verandering: Galerij van de Evolutie.
Een van de videoschermen met bewegende tijdlijn.

Die nadruk op verandering wordt nog duidelijker op de videoschermen. Die laten voor elke periode, zelfs voor de komende 50 miljoen jaar, zien hoe de hele planeet er toen uitzag, of straks zal uitzien.

En vooral: je ziet het veranderen terwijl je erop staat te kijken. Terwijl bovenaan de tijdbalk naar rechts schuift, miljoenen jaren tegelijk in minder dan een minuut, zie je de continenten van elkaar wegdrijven en merk je hoe wisselende temperaturen het aardoppervlak van kleur doen veranderen.

Pageturner

Het verhaal van de evolutie speelt zich hier voor je ogen af. Het mag zich dan allemaal onwezenlijk ver mijn bed afspelen, je beleeft deze galerij als een pageturner.

Arkhane en co hebben mij vandaag opnieuw doen beseffen: een verhaal werkt alleen maar als je het publiek een tijdlijn als houvast geeft – en die tijdlijn werkt alleen maar als elke tijdsaanduiding voor verandering staat.

Wil je zelf aan de slag gaan met storytelling? Verhalenmakers Els Ameloot en Rudy Pieters maken verhalen en helpen verhalen maken. Ze geven onder meer opleidingen storytelling.

Published with StoryChief

Deel dit bericht

Weg met de museumwebsite!

Eerst een bekentenis. Ik hou van musea, ik heb er zelfs nog gewerkt – maar ik bezoek nooit museumwebsites.

Dat is op zijn minst vreemd. Ik train en coach dagelijks musea en andere organisaties uit social profit om hun communicatie beter te maken. En dan kan een website natuurlijk van pas komen.

tate world goes popDaarnaast bezoek ik privé minstens één keer per maand een tentoonstelling. Maar ik denk niet dat ik daarbij dit jaar al één keer een museumwebsite heb bezocht.

Met Google naar Tate Modern

Google Maps TateMijn laatste tentoonstelling was Pop goes world, over popart, in Tate Modern in Londen. Ook de website van Tate heb ik niet bezocht, vooraf niet, achteraf niet.

Ik wist al uit de krant dat die tentoonstelling liep. Het enige wat ik in Londen nog nodig had was Google Maps, de app op mijn telefoon, om mij de weg van het station naar Tate te tonen.

En meteen kreeg ik er de openingsuren bij van Google Maps. Ik hoefde niet eens naar mijn horloge te kijken: het museum is nu geopend, las ik. Ik kreeg zelfs de optie om een Uber-auto te bestellen.

Appificatie van het internet

appsHet adres, de bereikbaarheid, de openingsuren waren misschien nog de beste reden om even te gaan kijken op de website van Tate. Maar een app heeft dat overbodig gemaakt. Apps nemen steeds meer het internet over. In plaats van grote, zware websites, gaan we steeds meer naar kleinere, handige apps.

Die appificatie van het internet zou wel eens ten koste kunnen gaan van de website. Over enkele jaren zoeken we misschien in de Appstore naar informatie over jouw museum zoals we nu op Google zoeken.

Applebaas Tim Cook voorspelde onlangs dat we binnen afzienbare tijd niet meer naar televisiezenders gaan kijken maar naar televisie-apps. Elk programma een eigen app. Als Apple of Google of Facebook de passie preekt, boer let op uw website.

Allemaal een app?

tablet in museumAllemaal een app dan? Nee, alstublieft niet. Tegenwoordig wil elk museum een app, zoals ze drie jaar geleden allemaal een Facebookpagina wilden.

Vaak vragen ze zich dan niet af of de museumbezoeker daar echt beter van wordt. Hoe vaak zie ik niet hoe museumbezoekers meer met de technologie aan het worstelen zijn dan met wat zich in het museum zelf afspeelt. En vaak neemt zo’n app een grote hap uit het zo al schaarse jaarbudget en is hij na een jaar al hopeloos verouderd.

Nadenken over de museumwebsite van de 21e eeuw begint bij de vraag of ons publiek vandaag onze website nog gebruikt. En of het dat over vijf jaar ook nog zal doen. Musea moeten op zijn minst al beginnen nadenken over hoe ze hun basisinformatie in veel gebruikte apps gaan integreren. Zoals je de dienstregeling van de NMBS en De Lijn nu al op Google Maps geïntegreerd is. Integratie is een van de sleutelwoorden in het internet van de toekomst.

Iedereen zijn eigen museumwebsite

Periscope British MuseumDé museumwebsite bestaat trouwens al lang niet meer. Hij is uit elkaar gespat. Iedereen maakt zijn eigen versie van jouw museumwebsite, via sociale media.

Iedereen maakt bijvoorbeeld zijn eigen tentoonstelling op Instagram – of beter: iedereen levert een bijdrage aan die collectieve online versie van jouw tentoonstelling op Instagram, gewoon door er de juiste hashtag aan toe te voegen.

Sommige musea spelen daar al op in door rondleidingen live uit te zenden. Via tweetups, waarbij de twitterende deelnemers aan de rondleiding vragen die van buiten komen, aan de gids stellen. Of zoals het British Museum, dat rondleidingen live streamt via Periscope. Online zullen steeds meer mensen je museum eerder op sociale media tegenkomen dan ze op je website belanden.

Weg met de museumwebsite

website als museumEn wat doen we met die website ondertussen? Weg ermee! Niet meteen natuurlijk want veel mensen ontdekken onze informatie natuurlijk nog altijd via Google. Als je site er nog behoorlijk uitziet en je overweegt in een nieuwe website te investeren, vraag je af of je dat geld niet beter spendeert aan een goede expert die je website nog beter vindbaar maakt in Google. De meeste mensen komen toch vooral voor die praktische informatie: openingsuren etc.

Als we dan toch meer willen, als we dan toch een website maken die een verlengstuk is van ons museum en onze collectie, maak dan geen kopie van je fysieke museum. Zet je hele collectie online, ook de stukken die je misschien nooit gaat tonen. Dát is de meerwaarde van zo’n onlinemuseum. Net zoals al die webshops veel meer producten kunnen aanbieden dan ooit in een fysieke winkel kan.

Slimme websites

CooblueMaar laat al die informatie niet zomaar los op de bezoeker. Die krijgt elke dag al zoveel informatie te slikken, zeker online. Met al onze websites bezorgen we de mensen alleen maar meer keuzestress. Als websites het al zullen overleven, zullen het vooral slimme websites zijn.

We vergeten dat de bezoeker vandaag al rot verwend wordt in al die webshops. De webshopconsument vindt dankzij handige filters meteen wat hij zoekt. Zo’n site weet bovendien wat hij bij zijn vorige bezoek allemaal gekocht heeft, of zelfs maar bekeken heeft.

Meer Rubens op de startpagina

Als we die rotverwende webshopconsument nog willen boeien met een nieuwe museumwebsite, dan die zal hem meteen moeten herkennen, dan zal die moeten weten dat hij opvallend vaak die pagina’s over Rubens heeft bekeken. Waardoor bijvoorbeeld zijn startpagina meer Rubens zal bevatten dan die van zijn buurman. Of de informatie over die Rubens-lezing in zijn nieuwsbrief helemaal bovenaan staat.

De webshopconsument ziet ook meteen wat de kopers van een bepaald product nog gekocht hebben. De museumwebsite van de toekomst zal mij daarom misschien ook moeten tonen welke werken mijn Facebookvrienden leuk vinden. Of welke werken anderen mooi vinden die net zoals ik dat ene Rubensschilderij aan hun favorieten hebben toegevoegd.

iBeacons

ibeacon museumEen bezoek aan de website van de toekomst zal naadloos overgaan in een fysiek bezoek. Zoals je nu al winkels hebt die via iBeacons zien dat jij diegene bent die daarnet op hun website is gaan kijken, zo zal die bezoeker aan je museumwebsite dat misschien ook verwachten als hij jouw museum binnenkomt.

Alleen, willen we dat wel in musea? Een museum is geen winkel. Museumwebsites moeten zeker slimmer worden. Het kan geen kwaad dat ik een gepersonaliseerde nieuwsbrief krijg op basis van mijn zoekgedrag op de museumwebsite. Maar iets zegt mij dat dit stopt aan de museumdeur.

Digitaal afkicken

museum rust focusTrendwatchers als Tom Palmaerts hebben er al op gewezen dat er grenzen zijn aan de digitalisering. Als gevolg van de doorgeschoten digitalisering wordt het analoge weer interessant. Je ziet nu ineens plaatsen waar we digitaal kunnen afkicken, waar we niet met de hele wereld geconnecteerd willen zijn, cafés waar zelfs geen wifi is.

Ik vraag mij steeds meer af of dat nu juist niet de core business van een museum is: de analoge ervaring van kunstwerken en erfgoed; een oase waar je op één object kunt focussen in een wereld van voortdurende digitale afleiding. Moeten musea die troef niet sterker uitspelen?

Yoga in het museum

yoga in museumEnkele Belgische musea organiseerden de voorbije maanden yogasessies, met succes. Dat lijkt een fait divers, een leukigheidje van creatieve publiekswerkers, maar volgens mij is het dat niet. Het is een nevenactiviteit, dat wel, maar het is geen toeval dat mensen juist een activiteit als yoga perfect vinden rijmen met een museum.

Wie weet wordt de ultieme museumwebsite niet gewoon een app die alle andere apps en zelfs je hele telefoon uitschakelt zodra we de iBeacons aan de museumingang passeren om een uur of twee digitaal te gaan afkicken.

Dit is de tekst bij de presentatie van Rudy Pieters op de Pecha Kucha over de museumwebsite van 21e eeuw van de Vlaamse Kunstcollectie op 10 december 2015 in het Museum voor Schone Kunsten in Gent.

Deel dit bericht

Facebook-update van de week

Rijksmuseum huwelijksaanzoek
De kracht van emotie op sociale media.

Musea saai? Het pas heropende Rijksmuseum toont op zijn Facebookpagina dat niet alles bij hen rond de Nachtwacht en de rest van zijn collectie draait. Het gaat ook om mensen, vooral om mensen, om wat kunstwerken bij mensen teweegbrengen.

Als je die emotie, die ontroering op de sociale media in de verf zet (excuse the pun), dan pikken mensen dat meteen op.

Huwelijksaanzoek in het museum

Jermaine en Carlo deden elkaar een huwelijksaanzoek in het Rijksmuseum, voor een huwelijksportret van Frans Hals. Zeven uur nadat dit op Facebook werd gemeld, had het bericht al meer dan 3000 duimen en was het al meer dan 400 keer gedeeld.

De meeste organisaties beperken zich tot saaie aankondigingen op hun sociale media. Deze week kregen we helaas weer we een overdosis toegediend – en nee, “breng ons een bezoek” is niet origineel. De meeste van die berichten worden dan ook lauw onthaald, of gewoon genegeerd.

Wie wel emotie toont, wordt daarvoor beloond. Dat is ook een van de conclusies van een analyse van de tien meest succesvolle Nederlandse Facebook-berichten van de afgelopen maand. Het gaat in het Rijks bovendien om de emotie van de ontmoeting, en is dat niet de essentie van sociale media?

Over dit aspect en nog vele andere leer je alles in de training+coaching Meer publiek met onze Facebook-pagina, vanaf 28 mei.

Deel dit bericht