Categorieën
Publiek20

Terugblikken op Publiek20

Met 500 waren ze, de communicatiemedewerkers uit de social profit en overheid die zich op dinsdag 10 maart 2020 lieten inspireren tijdens onze inspiratiedag Publiek20.

Herbeleef de opvallendste momenten en ideeën vanop onze inspiratiedag:

1. Fons Van Dyck

Communicatie-expert en bekroond auteur Fons Van Dyck opende Publiek20 met een pittig recept om jouw organisatie onsterfelijk te maken.

Het recept? Dein mee op wat leeft in de wereld, maar verlies je unieke karakter niet. Dat lukt alleen met de juiste mix van persoonlijkheden in je organisatie.

2. Communicatiestrategie

In de Strategy Room hield Sofie Verhalle een pleidooi voor inclusieve gendercommunicatie.

Een greep uit de tips:

  • maak je team divers,
  • trek je goede bedoelingen door in je communicatie en aanpak,
  • doe wat je zegt.

Ook Franky Devos van Vooruit sloopt hokjesdenken: “We kunnen geen kennis hebben over alle niches, dus we werken samen met onze doelgroepen om ons programma te bepalen.”

3. Storytelling

Storytelling mag een modewoord zijn, maar na de sessie van Rudy Pieters van Verhalenmakers blijft het allesbehalve een hol begrip. Met inspirerende praktijkvoorbeelden en het praktisch invulbare storycanvas, slaagt elke organisatie er in om prikkelende verhalen te vertellen.

Tom Rumes vuurde in zijn zeer gesmaakte sessie over video’s maken met smartphone 10 tips per minuut af.

4. Sociale media

Voor concrete tips over sociale media en tastbare praktijkverhalen moesten we in de Social Room van I Like Media zijn.

Je LinkedIn-profiel bijschaven met schuurpapier van de fijnste korrel, of over het muurtje kijken naar de Instagram van Politiezone Antwerpen, het geeft bezoekers voeten aan de grond om zelf meer uit sociale media te halen.

5. Jongerencommunicatie

Gen Z is boos! Tegelijkertijd is de jongste generatie in staat om van jouw organisatie te houden. Robin ibens van Shaved Monkey zet met die stelling meteen een scherpe maar heldere toon in de Young Room.

AmuseeVous serveerde dan weer een snelcursus co-creatie met jongeren, met live getuigenissen van jongeren. Hun inzicht? Jongerenparticipatie heeft een open einde en kan risicovol aanvoelen, maar levert de mooiste resultaten op.

6. Praktijkverhalen

“Zet je kanalen doordacht in!”, zeggen ze bij Stad Beringen. We kregen er een blik achter de schermen hoe ze dat hard maken.

Samen met Jeroen Naudts van de Arteveldehogeschool namen we een diepe duik in het online speelveld van influencers. Dankzij zijn onderzoekscijfers vielen valse veronderstellingen over influencermarketing als kaarthuisjes in elkaar.

7. Digitaal

In de Digital Room van Digiraf was het onder meer uitkijken naar Danny Oosterveer van Burgers Zoo. Die opende het datadoosje en verblufte ons met de mogelijkheden. Maar vergeet niet: data is mensenwerk, automatische conclusies zijn vaak slechte conclusies.

Meer dan 50 sprekers

Uiteindelijk deelden meer dan 50 sprekers hun inzichten in communicatie en dat werd goed gesmaakt door alle aanwezigen:

Publiek20 was een schot in de roos. Bedankt aan alle deelnemers, sprekers en medewerkers om er opnieuw een boeiende editie van te maken!

Publiek20 zit er op!500 keer bedankt aan alle deelnemers, sprekers en medewerkers, u was fantastisch!

Geplaatst door Publiek Centraal op Dinsdag 10 maart 2020

Vanaf 11 maart 2020 kan je (voorlopig) inschrijven voor de volgende editie.

Categorieën
sociale media

Facebook? Beter mee stoppen *

  • Hoe lang duurt het lezen van dit bericht? 3 minuten
  • Wat onthouden we? Sociale media zijn veel meer dan een bijkomend communicatiekanaal.
Facebook? Beter mee stoppen. Twitter? Beter niet aan beginnen. We komen zo al tijd te kort. En veel meer dan een hype zijn die sociale media toch niet. Waait wel over – las ik in de krant niet dat tieners Facebook de rug al toekeren? Ik hoor dit soort commentaren vaak – te vaak – bij social-profit- en overheidsorganisaties in Vlaanderen. Ze kloppen niet maar ze zijn wel logisch. We moeten allemaal veel te veel doen met veel te weinig middelen. En dan ga je al eens twijfelen aan het nut van die toch zo moeilijk grijpbare sociale media. Schermafbeelding 2014-02-04 om 11.47.12 Maar ook bij wie wel overtuigd is, klopt het verhaal niet altijd. Niet zelden springt men op de trein om de verkeerde redenen. Omdat het een bijkomend kanaal voor onze communicatie zou zijn bijvoorbeeld – een gratis kanaal bovendien! Gratis? Ja, de sociale media zelf zijn dat wel – daarom hebben ze ook in geen tijd de wereld veroverd – maar als je er echt mensen mee wil bereiken, dan kruipt daar toch behoorlijk wat tijd in. En die tijd kost geld (geld dat je op minder efficiënte communicatie kunt besparen natuurlijk).

Als Facebook morgen verdween

9789077442128En een communicatiekanaal dat erbij komt? Neen, sociale media zijn iets helemaal anders. Ze wijzen op grondige veranderingen bij ons publiek. Die wijzigingen zijn zo grondig dat het zelfs geen verschil zou uitmaken als Facebook morgen verdween. Dan komt er overmorgen wel iets anders in de plaats dat diezelfde veranderingen weerspiegelt. Spontane buurtfeesten, auto- en fietsdelen, een bloeiend verenigingsleven, studenten die samen studeren in bibliotheken, … We zijn socialer dan ooit, ook buiten al die media. Bovendien is dat publiek machtiger dan ooit. Dankzij het internet zijn mensen steeds beter geïnformeerd, dus kritischer, dus mondiger. Fons Van Dyck beschreef het in 2007 al treffend in Het Merk Mens, een boek waar we nog steeds graag naar verwijzen in onze opleidingen.

Een tsunami van informatie

Als je die twee elementen samenbrengt, een goed geïnformeerd en tegelijk samenwerkend publiek, dan krijg je mond-tot-mondreclame, een fenomeen dat zo oud is als de mensheid. Maar voeg je daar internet aan toe, dan krijg je Facebook, en al die andere sociale media. Via televisie, radio, gedrukte media en vooral internet zien we alle dagen een tsunami van informatie op ons afkomen. Daar wapenen we ons steeds meer tegen met behulp van onze sociale netwerken. Onze vrienden, kennissen en collega’s op het net vormen een soort waterkering. Zij laten enkel het water door dat we nodig hebben. Omdat we niet alles meer kunnen slikken, bereikt de buitenwereld ons steeds meer via wat onze vrienden, kennissen en collega’s leuk en interessant vinden. Dat wordt een probleem voor veel organisaties, want ook zij maken deel uit van die tsunami. Als ze hun publiek willen blijven bereiken, zullen ze in die netwerken moeten zien te geraken. En zich moeten leren aanpassen aan die netwerken.

Leren praten als gewone mensen

Roepen dat je een prachtige tentoonstelling hebt of een nieuwe dienst hebt gelanceerd voor senioren – de klassieke manier van communiceren – werkt daar niet. Organisaties zullen moeten leren praten zoals gewone mensen op sociale media met elkaar praten. Ze zullen het gesprek moeten aangaan. Geen bijkomend kanaal dus. Wel het signaal dat we het publiek zullen moeten binnenlaten in onze organisatie. En dan hebben we het niet alleen over promotie. Dan hebben we het niet alleen over het publiek als ambassadeur van ons verhaal, het publiek dat via de tamtam op Facebook, Twitter en al die andere kanalen reclame voor ons maakt en zo mensen bereikt die we met geen affiches of websites hadden kunnen bereiken. [youtube http://www.youtube.com/watch?v=uuQkyEXrCHY?rel=0] Al bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven zullen organisaties moeten leren om het publiek inspraak te geven, het als een partner te beschouwen. Het publiek zal het op den duur, dankzij die digitale en vooral sociale media, zo gewend raken om zelf verhalen te vertellen en op die van anderen in te spelen dat het ook bij de verhalen van organisaties steeds minder genoegen zal nemen met de rol van passieve ontvanger. Het publiek zal ook daar steeds meer een rol als actieve zender, als coproducent opeisen. Dat is niet de gemakkelijkste weg, het zal met vallen en opstaan gebeuren. Maar als het eenmaal lukt, dan kan een band ontstaan tussen organisatie en publiek die bijzonder duurzaam is.

Huis van Alijn en Studio Brussel

We zien daar nu al mooie voorbeelden van, maar ze zijn nog schaars. Het Huis van Alijn in Gent bijvoorbeeld. Iedereen kan er zijn oude foto’s en filmpjes binnenbrengen, het Gentse museum maakt er tentoonstellingen mee. Het betrekt het publiek zelfs bij het taggen van de foto’s, die online gezet zijn; het publiek gaat zo de collectie mee beheren. In zijn jongste project, Tijd voor 80, verzamelt het Huis van Alijn allemaal materiaal uit de jaren tachtig, ook online. Via zowat alle mogelijke sociale media, tot Pinterest toe, kan het publiek die collectie helpen uitbreiden met YouTubefilmpjes en foto’s die het op andere websites vindt. Het museum is hier niet langer de oppermachtige, alles wetende producent, het laat het publiek binnen, doet een stap terug en vindt zichzelf opnieuw uit als regisseur. Studio Brussel deed in zijn laatste editie van Music for Life iets gelijkaardigs. Ondanks de recordbedragen die jaar na jaar werden ingezameld, besloot de jongerenzender het over een totaal andere boeg te gooien. Niet één goed doel dat door Studio Brussel wordt bepaald, maar meer dan zevenhonderd goede doelen die door het publiek zelf mochten worden gekozen. Zeer moedig was dat – nogal wat experts verklaarden de zender gek: waarom zo’n succesformule dumpen? Maar het werkte. Het bedrag was wel aanzienlijk lager dan in de recordjaren, maar het mocht nog altijd gezien worden. En vooral, hier was duidelijk een eerste steen gelegd van een huis waar Studio Brussel én zijn publiek nog lang kunnen aan bouwen – een huis dat misschien ooit dezelfde bedragen zal binnenhalen als het Glazen Huis, maar in elk geval een huis dat een stuk steviger zal staan dan dat broze Glazen Huis. * Deze tekst verscheen in Blijf geen ei!  Sociale mediastrategieën voor de toekomst, een e-book dat Politeia publiceerde naar aanleiding van de studiedag Interactieve dienstverlening met sociale media (31 januari 2014). 20131205socialemedia_hoofding