Categorieën
internet

Weg met de museumwebsite!

Eerst een bekentenis. Ik hou van musea, ik heb er zelfs nog gewerkt – maar ik bezoek nooit museumwebsites.

Dat is op zijn minst vreemd. Ik train en coach dagelijks musea en andere organisaties uit social profit om hun communicatie beter te maken. En dan kan een website natuurlijk van pas komen.

tate world goes popDaarnaast bezoek ik privé minstens één keer per maand een tentoonstelling. Maar ik denk niet dat ik daarbij dit jaar al één keer een museumwebsite heb bezocht.

Met Google naar Tate Modern

Google Maps TateMijn laatste tentoonstelling was Pop goes world, over popart, in Tate Modern in Londen. Ook de website van Tate heb ik niet bezocht, vooraf niet, achteraf niet.

Ik wist al uit de krant dat die tentoonstelling liep. Het enige wat ik in Londen nog nodig had was Google Maps, de app op mijn telefoon, om mij de weg van het station naar Tate te tonen.

En meteen kreeg ik er de openingsuren bij van Google Maps. Ik hoefde niet eens naar mijn horloge te kijken: het museum is nu geopend, las ik. Ik kreeg zelfs de optie om een Uber-auto te bestellen.

Appificatie van het internet

appsHet adres, de bereikbaarheid, de openingsuren waren misschien nog de beste reden om even te gaan kijken op de website van Tate. Maar een app heeft dat overbodig gemaakt. Apps nemen steeds meer het internet over. In plaats van grote, zware websites, gaan we steeds meer naar kleinere, handige apps.

Die appificatie van het internet zou wel eens ten koste kunnen gaan van de website. Over enkele jaren zoeken we misschien in de Appstore naar informatie over jouw museum zoals we nu op Google zoeken.

Applebaas Tim Cook voorspelde onlangs dat we binnen afzienbare tijd niet meer naar televisiezenders gaan kijken maar naar televisie-apps. Elk programma een eigen app. Als Apple of Google of Facebook de passie preekt, boer let op uw website.

Allemaal een app?

tablet in museumAllemaal een app dan? Nee, alstublieft niet. Tegenwoordig wil elk museum een app, zoals ze drie jaar geleden allemaal een Facebookpagina wilden.

Vaak vragen ze zich dan niet af of de museumbezoeker daar echt beter van wordt. Hoe vaak zie ik niet hoe museumbezoekers meer met de technologie aan het worstelen zijn dan met wat zich in het museum zelf afspeelt. En vaak neemt zo’n app een grote hap uit het zo al schaarse jaarbudget en is hij na een jaar al hopeloos verouderd.

Nadenken over de museumwebsite van de 21e eeuw begint bij de vraag of ons publiek vandaag onze website nog gebruikt. En of het dat over vijf jaar ook nog zal doen. Musea moeten op zijn minst al beginnen nadenken over hoe ze hun basisinformatie in veel gebruikte apps gaan integreren. Zoals je de dienstregeling van de NMBS en De Lijn nu al op Google Maps geïntegreerd is. Integratie is een van de sleutelwoorden in het internet van de toekomst.

Iedereen zijn eigen museumwebsite

Periscope British MuseumDé museumwebsite bestaat trouwens al lang niet meer. Hij is uit elkaar gespat. Iedereen maakt zijn eigen versie van jouw museumwebsite, via sociale media.

Iedereen maakt bijvoorbeeld zijn eigen tentoonstelling op Instagram – of beter: iedereen levert een bijdrage aan die collectieve online versie van jouw tentoonstelling op Instagram, gewoon door er de juiste hashtag aan toe te voegen.

Sommige musea spelen daar al op in door rondleidingen live uit te zenden. Via tweetups, waarbij de twitterende deelnemers aan de rondleiding vragen die van buiten komen, aan de gids stellen. Of zoals het British Museum, dat rondleidingen live streamt via Periscope. Online zullen steeds meer mensen je museum eerder op sociale media tegenkomen dan ze op je website belanden.

Weg met de museumwebsite

website als museumEn wat doen we met die website ondertussen? Weg ermee! Niet meteen natuurlijk want veel mensen ontdekken onze informatie natuurlijk nog altijd via Google. Als je site er nog behoorlijk uitziet en je overweegt in een nieuwe website te investeren, vraag je af of je dat geld niet beter spendeert aan een goede expert die je website nog beter vindbaar maakt in Google. De meeste mensen komen toch vooral voor die praktische informatie: openingsuren etc.

Als we dan toch meer willen, als we dan toch een website maken die een verlengstuk is van ons museum en onze collectie, maak dan geen kopie van je fysieke museum. Zet je hele collectie online, ook de stukken die je misschien nooit gaat tonen. Dát is de meerwaarde van zo’n onlinemuseum. Net zoals al die webshops veel meer producten kunnen aanbieden dan ooit in een fysieke winkel kan.

Slimme websites

CooblueMaar laat al die informatie niet zomaar los op de bezoeker. Die krijgt elke dag al zoveel informatie te slikken, zeker online. Met al onze websites bezorgen we de mensen alleen maar meer keuzestress. Als websites het al zullen overleven, zullen het vooral slimme websites zijn.

We vergeten dat de bezoeker vandaag al rot verwend wordt in al die webshops. De webshopconsument vindt dankzij handige filters meteen wat hij zoekt. Zo’n site weet bovendien wat hij bij zijn vorige bezoek allemaal gekocht heeft, of zelfs maar bekeken heeft.

Meer Rubens op de startpagina

Als we die rotverwende webshopconsument nog willen boeien met een nieuwe museumwebsite, dan die zal hem meteen moeten herkennen, dan zal die moeten weten dat hij opvallend vaak die pagina’s over Rubens heeft bekeken. Waardoor bijvoorbeeld zijn startpagina meer Rubens zal bevatten dan die van zijn buurman. Of de informatie over die Rubens-lezing in zijn nieuwsbrief helemaal bovenaan staat.

De webshopconsument ziet ook meteen wat de kopers van een bepaald product nog gekocht hebben. De museumwebsite van de toekomst zal mij daarom misschien ook moeten tonen welke werken mijn Facebookvrienden leuk vinden. Of welke werken anderen mooi vinden die net zoals ik dat ene Rubensschilderij aan hun favorieten hebben toegevoegd.

iBeacons

ibeacon museumEen bezoek aan de website van de toekomst zal naadloos overgaan in een fysiek bezoek. Zoals je nu al winkels hebt die via iBeacons zien dat jij diegene bent die daarnet op hun website is gaan kijken, zo zal die bezoeker aan je museumwebsite dat misschien ook verwachten als hij jouw museum binnenkomt.

Alleen, willen we dat wel in musea? Een museum is geen winkel. Museumwebsites moeten zeker slimmer worden. Het kan geen kwaad dat ik een gepersonaliseerde nieuwsbrief krijg op basis van mijn zoekgedrag op de museumwebsite. Maar iets zegt mij dat dit stopt aan de museumdeur.

Digitaal afkicken

museum rust focusTrendwatchers als Tom Palmaerts hebben er al op gewezen dat er grenzen zijn aan de digitalisering. Als gevolg van de doorgeschoten digitalisering wordt het analoge weer interessant. Je ziet nu ineens plaatsen waar we digitaal kunnen afkicken, waar we niet met de hele wereld geconnecteerd willen zijn, cafés waar zelfs geen wifi is.

Ik vraag mij steeds meer af of dat nu juist niet de core business van een museum is: de analoge ervaring van kunstwerken en erfgoed; een oase waar je op één object kunt focussen in een wereld van voortdurende digitale afleiding. Moeten musea die troef niet sterker uitspelen?

Yoga in het museum

yoga in museumEnkele Belgische musea organiseerden de voorbije maanden yogasessies, met succes. Dat lijkt een fait divers, een leukigheidje van creatieve publiekswerkers, maar volgens mij is het dat niet. Het is een nevenactiviteit, dat wel, maar het is geen toeval dat mensen juist een activiteit als yoga perfect vinden rijmen met een museum.

Wie weet wordt de ultieme museumwebsite niet gewoon een app die alle andere apps en zelfs je hele telefoon uitschakelt zodra we de iBeacons aan de museumingang passeren om een uur of twee digitaal te gaan afkicken.

Dit is de tekst bij de presentatie van Rudy Pieters op de Pecha Kucha over de museumwebsite van 21e eeuw van de Vlaamse Kunstcollectie op 10 december 2015 in het Museum voor Schone Kunsten in Gent.

Categorieën
Geen categorie internet

Veel organisaties onderschatten belang van hun website

Door de opmars van sociale media vergeten veel organisaties dat een website belangrijk blijft. Meer nog, zonder een goede website mis je een groot deel van je publiek. We lanceren daarom vier opleidingen die je website snel beter kunnen maken.

15510009976_d3749982c7_bEen goed draaiende Facebookpagina of Twitteraccount is nuttig voor mensen die je al kennen: ze reageren op je bericht en verspreiden zo de boodschap in hun netwerk.

Een website doet iets helemaal anders: het richt zich tot mensen die je nog niet, of niet goed genoeg kennen. De meeste mensen gaan op het internet meteen op Google zoeken. Als je je publiek wil verruimen, is het dus cruciaal dat mensen je via Google vinden, en als ze je vinden dat ze op je website meteen bij de juiste informatie komen.

4 opleidingen

We lanceren daarom 2 opleidingen, telkens voor beginners en gevorderden. De ene opleiding maakt je website makkelijker vindbaar voor wie je op Google zoekt. De andere maakt je website gebruiksvriendelijker voor wie je website gevonden heeft:

Ze laten alle vier zien dat organisaties zelf al veel kunnen doen om via hun website meer publiek te bereiken.

2 uur coaching inbegrepen

Zoals steeds besteden we veel aandacht aan de nazorg. Een opleiding bestaat altijd uit 2 sessies, met tussen beide sessies online coaching. Die coaching is zo’n succes dat we de coachingtijd per deelnemer hebben verdubbeld, van 1 naar 2 uur.

Trainer en coach is Patrick De Sutter, een website-specialist die de kunst verstaat om technische zaken op een zeer eenvoudige manier uit te leggen. Zeker bij de beginnersopleidingen is technische voorkennis niet nodig.

Categorieën
internet

Musea stellen steeds meer online tentoon

Het internet is meer dan een promotiekanaal voor wat je offline aanbiedt. Dat geldt ook voor musea en andere cultuurorganisaties. In ons land dringt dat steeds beter door.

Het viel op tijdens de halfjaarlijkse bijeenkomst van de collegagroep digitale bemiddeling, die deze week in het Antwerpse Fotomuseum samenkwam: steeds meer Vlaamse musea zien het internet als een volwaardige plek om projecten te ontwikkelen, projecten die een aanvulling kunnen zijn op wat ze tussen de bakstenen muren doen.

Red Star Line Museum

Instragram Home Sweet HomeEen van de demonstraties kwam van het Red Star Line Museum. Die ging bij de tentoonstelling Home Sweet Home aan de slag met Instagram.

Home Sweet Home draaide rond 50 jaar migratie uit Turkije en Marokko. Het museum vroeg mensen deze zomer hun eigen reisverslag te doen via foto’s op Instagram. Door die allemaal de hashtag #RSLreis te geven zijn al die foto’s – het zijn er meer dan 1300! – nu als één onlinetentoonstelling te zien.

Bozar

Bozar deed iets gelijkaardigs met de fotowedstrijd #SummerOfGender, met foto’s uit het dagelijkse leven die genderstereotypen doorbreken.

Dat Bozar de bijdrage van het publiek serieus nam, blijkt ook uit het feit dat de winnende foto’s in de Hortahal werden tentoongesteld.

Gratis tools

Er komen ook steeds meer interessante gratis tools om online tentoon te stellen. Google heeft Open Gallery. Daarmee kun je heel makkelijk een visueel sterke onlinetentoonstelling maken.

Bij ons maakt daar voorlopig alleen het Stripmuseum gebruik van maar Bram Wierckx van Faro meldde dat ook andere musea en erfgoedinstellingen er mee aan de slag willen gaan.

Movio

Movio, het resultaat van het Europese AthenaPlus-project, is eveneens een kit voor virtuele tentoonstellingen. Het biedt nog meer mogelijkheden dan Open Gallery. Zo is de lay-out aanpasbaar en zijn er meerdere lagen mogelijk.

Mooie ontwikkelingen allemaal. Hopelijk zetten de musea de bezoekcijfers van die onlinetentoonstellingen nu ook in hun jaarverslag. En hopelijk telt de subsidiërende overheid die dan ook mee als volwaardige bezoekers.

Packed, een van de Belgische partners in AthenaPlus, geeft op 2 december een training over Movio. Hier vind je meer info.

Categorieën
digitale nieuwsbrief internet tips

Training Mailchimp samengevat in 8 tips

Met 8 waren ze: de deelnemers die de training+coaching Meer publiek met onze digitale nieuwsbrief (Mailchimp) volmaakten op 26 juni. Een gevarieerde groep ook: een ziekenhuis, ngo, jeugdorganisatie … Als afsluiter van de tweedaagse opleiding lieten we de deelnemers Piet-Huysentruyt-gewijs samenvatten wat ze geleerd hadden door elk 1 ultieme tip toe te voegen aan deze blogpost.

banner_mailchimp

1. Zet je publiek centraal

Een nieuwsbrief dient niet om je publiek te bestoken met interne weetjes waar je publiek niks aan heeft. Denk vanuit het perspectief van de lezer, niet vanuit de zender.
Zorg voor inhoud in je nieuwsbrief die aanslaat bij je lezer: pak uit met kennis, geef tips, verspreid leuke content …

2. Je onderwerpregel is de belangrijkste regel

Je wil natuurlijk dat je nieuwsbrief gelezen wordt. Bij het opruimen van de mailbox zijn de nieuwsbrieven de eerste die sneuvelen. Zorg dus voor een inhoudsvolle onderwerpregel die triggert om hem open te klikken in plaats van ‘nieuwsbrief #12’ of ‘E-zine Juni 2014’ . Dat is al half gewonnen.

3. Neem je tijd om een goed sjabloon te maken

Nieuwsbrieven maken is een tijdrovend werk? Niks van. Steek eenmaal veel tijd in de opmaak van een template (sjabloon) die enkel die elementen bevat die in elke editie terugkomen. Dat bespaart je heel wat tijd wanneer je een campaign (nieuwsbrief) opstelt.

4. Werk niet in kolommen

Mensen lezen online in en F-vorm: van boven naar onder en laten hun ogen af en toe naar rechts bewegen. Je lezer gaat niet eerst de linkerkolom van je nieuwsbrief lezen en dan pas de rechterkolom, zoals in een krant. Bovendien krijg je zo ook lange alinea’s tekst, wat moeilijker leest. Hou daar dus rekening mee in de opmaak van je sjabloon.

5. Steek een lijn in je foto’s

Zorg ervoor dat je foto’s de aandacht trekken. Gebruik daarom altijd sprekende foto’s. Geen logo’s, maar foto’s waar mensen iets op doen. Zorg dat ze steeds dezelfde afmetingen hebben. Dat zorgt voor rust. Maak ze best offline al op in Photoshop, Paint.net of Pixlr.

6. Denk goed na over call to action

Vermijd het saaie “lees meer” of het erbarmelijke “klik hier” maar zorg voor een call to action in elk nieuwsbericht die je lezer uitnodigt om iets te doen: “ontdek ons vormingsaanbod”, “probeer deze app zelf uit”, “Benieuwd hoe dit filmpje afloopt?” …

7. Stuur eerst een testmail

Wanneer je lange tijd aan je nieuwsbrief gewerkt heb, kijk je over spelfouten, foute links, etc. heen. Stuur je nieuwsbrief daarom altijd eerst naar een collega die hem naleest en checkt of alle links werken.

8. Verstuur je nieuwsbrief op het tijdstip dat je doelpubliek online is

Bestaat er een ideaal tijdstip om een nieuwsbrief uit te sturen? Niet echt. Anders zou je op dat moment massa’s mail krijgen ;-). Maar ook hier kun je je publiek centraal zetten. Een nieuwsbrief wordt immers het meest gelezen als hij binnenkomt als je online bent. Stuur je nieuwsbrief dus uit op het moment dat jouw doelpubliek online is.

Als lesgever voeg ik graag nog een laatste tip aan deze lijst toe:

Liever een goed publiek dan veel publiek

Niemand houdt van spam. Het heeft dus weinig zin om je nieuwsbrief ongevraagd naar duizenden abonnees te sturen. Dat is trouwens ook illegaal. Zorg voor een inhoudelijk sterke nieuwsbrief waarvoor mensen zich spontaan gaan aanmelden en laat je adressenbestand voor je e-zine geleidelijk aan aangroeien. Wat je uiteraard wel kunt doen, is eenmalig je adressenbestand mailen met de melding dat je een nieuwsbrief hebt en je publiek aansporen om zich te abonneren. Zo krijg je het trouwste publiek.

Veel succes met jullie nieuwsbrieven!

Kristof D’hanens is trainer en coach bij Publiek Centraal. Je kunt hem bereiken via kristof@ilikemedia.be. Op Twitter vind je hem hier: @kristofdhanens. De volgende training+coaching Mailchimp vindt plaats op 22 januari en 26 februari 2015.

Categorieën
internet

Musea kunnen nu ook online tentoonstellen

  • Hoe lang duurt het lezen van dit bericht? 1 minuut
  • Wat onthouden we? Musea kunnen gratis en gebruiksvriendelijk online exposeren.

Voor musea is het internet niet alleen een kanaal om je tentoonstellingen aan te prijzen. Het kan ook de plaats zelf zijn waar je een tentoonstelling laat zien. En dat hoeft niet eens veel te kosten.

Schermafbeelding 2013-12-11 om 15.06.15

Google stelt een nieuwe tool ter beschikking aan musea en galeries: Open Gallery. Ze kunnen er video’s en foto’s mee opladen en er tekst aan toevoegen. Het resultaat is een fraai ogende, interactieve rondleiding door de collectie.

Stripmuseum in Brussel

De tool is gratis en gebruiksvriendelijk. Kleinere musea kunnen daar dus hun voordeel mee doen.

Het Centrum voor het Beeldverhaal in Brussel, ook bekend als het Stripmuseum, ging er als een van de eerste mee aan de slag. Voorlopig zijn de mogelijkheden nog vrij beperkt, merk je, maar Google is van plan die geleidelijk aan uit te breiden.

Open Gallery is een vervolg op het Google Cultural Institute. Daarin werkt Google samen met grote musea, onder meer de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, om hun collecties online tentoon te stellen.

Welke Belgische musea zouden nog overwegen om met Open Gallery aan de slag te gaan?