Naar je communicatieplan in 8 stappen

ontbijtsessies

De eerste ontbijtsessie komt eraan! Na een lekker ontbijt leer je hoe je in 8 stappen de basis legt voor een communicatieplan (met een herkenbaar praktijkvoorbeeld). En ook welke sociale media nuttig zijn voor je organisatie.

Met de customer journey kun je in acht stappen een stevige basis leggen voor je communicatieplan. Communicatiestrateeg Els Ameloot legt tijdens de ontbijtsessie van 13 oktober in Gent uit hoe dat werkt. Vanessa De Vuyst vertelt hoe ze dat bij de Gentse Sportdienst hebben toegepast.

Het tweede thema op 13 oktober is de keuze van de juiste sociale media voor elke organisatie. Er zijn zoveel interessante sociale media, maar welke zijn nu geschikt voor onze organisatie? Kristof D’hanens, een van Vlaanderens belangrijkste socialemedia-experts, legt het haarfijn uit.

8 ontbijtsessies

Deze ontbijtsessie is de eerste in een reeks van acht. Elke maand eentje, in Gent of Leuven. Eerst een lekker ontbijt, ideaal om helemaal wakker te worden en meteen ook je netwerk te versterken. Vervolgens een inspirerende sessie van twee uur, over twee thema’s die met communicatie te maken hebben.

Elke ontbijtsessie kost 30 euro maar is gratis voor wie een verwante opleiding volgt.

De thema’s van de andere ontbijtsessies vind je op deze pagina.

Deel dit bericht

Welke sociale media voor onze organisatie?

Dat we Facebook nodig hebben voor onze organisatie weten we ondertussen. Maar welke andere sociale media kunnen we nog inzetten? In een workshop van 2,5 uur vol praktijkvoorbeelden krijg je een overzicht van de belangrijkste media. Voor leden is de workshop gratis.
instragramvisitgent
De workshop besteedt vooral aandacht aan de mogelijkheden van Instagram, Pinterest, LinkedIn, Google+, YouTube en Twitter voor onze organisatie. Dat gebeurt aan de hand van enkele tientallen praktijkvoorbeelden uit social profit en overheid.

De workshop bestaat uit 1 sessie van 2,5 uur. Die vindt tweemaal plaats, op 20 januari en 10 februari, van 14 tot 16.30 uur in het Leuvense museum M. (Het is dus tweemaal dezelfde workshop.)

Deelnemen kost slechts 30 euro. Leden betalen niets. Alle deelnemers krijgen ook een voucher van 30 euro voor een van de opleidingen sociale media van Publiek Centraal.

Inschrijven kan hier.

Deel dit bericht

Toiletselfie op Publiek14

Als we nu eens een verbod instelden op het maken van selfies tijdens Publiek14 – behalve als ze op het toilet worden gemaakt. Maart is namelijk wereldwijd de maand tegen darmkanker. Hoezo, darmkanker? Wat heeft dat met Publiek14 te maken?

Schermafbeelding 2014-03-12 om 15.25.49In Vlaanderen heeft vzw Stop Darmkanker in geen tijd het delicate thema op de agenda gezet, dankzij heel erg slimme communicatie. De bezielier van de organisatie, dokter Luc Colemont, is dan ook een van de twintig sprekers tijdens Publiek14. Een van de vragen die hij belooft te beantwoorden is: wat kun je doen met een budget van 0 euro?

En met 0 euro kun je heel veel doen. De man is de laatste tijd niet meer uit de media is weg te slaan, tot in Reyers Laat mocht hij zijn verhaal komen vertellen.

Brad Pitt

Het succes van de organisatie is vooral een gevolg van een goed gebruik van sociale media; de Facebookpagina telt meer dan 22.000 fans. Met een brief aan Brad Pitt haalde de organisatie zelfs de buitenlandse media (Brad is net 50 geworden, de risicoleeftijd voor darmkanker).

Stop Darmkanker wist ook bekende Vlamingen als Kris Peeters, Freya Van den Bossche, Goedele Liekens en Tom Waes te overtuigen een selfie op het toilet te maken. Tom Waes haalde er de cover van Dag Allemaal mee. Vandaag maakte ook MNM-presentator Peter Van de Veire een toiletselfie. Nu u nog. In de Minard wel te verstaan.

Publiek14, de inspiratiedag voor social profit en overheid, vindt plaats op maandag 24 maart 2014 in de Minard in Gent. Het thema is: Minder geld, meer publiek.

Deel dit bericht

Facebook? Beter mee stoppen *

  • Hoe lang duurt het lezen van dit bericht? 3 minuten
  • Wat onthouden we? Sociale media zijn veel meer dan een bijkomend communicatiekanaal.

Facebook? Beter mee stoppen. Twitter? Beter niet aan beginnen. We komen zo al tijd te kort. En veel meer dan een hype zijn die sociale media toch niet. Waait wel over – las ik in de krant niet dat tieners Facebook de rug al toekeren?

Ik hoor dit soort commentaren vaak – te vaak – bij social-profit- en overheidsorganisaties in Vlaanderen. Ze kloppen niet maar ze zijn wel logisch. We moeten allemaal veel te veel doen met veel te weinig middelen. En dan ga je al eens twijfelen aan het nut van die toch zo moeilijk grijpbare sociale media.

Schermafbeelding 2014-02-04 om 11.47.12

Maar ook bij wie wel overtuigd is, klopt het verhaal niet altijd. Niet zelden springt men op de trein om de verkeerde redenen. Omdat het een bijkomend kanaal voor onze communicatie zou zijn bijvoorbeeld – een gratis kanaal bovendien!

Gratis? Ja, de sociale media zelf zijn dat wel – daarom hebben ze ook in geen tijd de wereld veroverd – maar als je er echt mensen mee wil bereiken, dan kruipt daar toch behoorlijk wat tijd in. En die tijd kost geld (geld dat je op minder efficiënte communicatie kunt besparen natuurlijk).

Als Facebook morgen verdween

9789077442128En een communicatiekanaal dat erbij komt? Neen, sociale media zijn iets helemaal anders. Ze wijzen op grondige veranderingen bij ons publiek. Die wijzigingen zijn zo grondig dat het zelfs geen verschil zou uitmaken als Facebook morgen verdween. Dan komt er overmorgen wel iets anders in de plaats dat diezelfde veranderingen weerspiegelt.

Spontane buurtfeesten, auto- en fietsdelen, een bloeiend verenigingsleven, studenten die samen studeren in bibliotheken, … We zijn socialer dan ooit, ook buiten al die media.

Bovendien is dat publiek machtiger dan ooit. Dankzij het internet zijn mensen steeds beter geïnformeerd, dus kritischer, dus mondiger. Fons Van Dyck beschreef het in 2007 al treffend in Het Merk Mens, een boek waar we nog steeds graag naar verwijzen in onze opleidingen.

Een tsunami van informatie

Als je die twee elementen samenbrengt, een goed geïnformeerd en tegelijk samenwerkend publiek, dan krijg je mond-tot-mondreclame, een fenomeen dat zo oud is als de mensheid. Maar voeg je daar internet aan toe, dan krijg je Facebook, en al die andere sociale media.

Via televisie, radio, gedrukte media en vooral internet zien we alle dagen een tsunami van informatie op ons afkomen. Daar wapenen we ons steeds meer tegen met behulp van onze sociale netwerken. Onze vrienden, kennissen en collega’s op het net vormen een soort waterkering. Zij laten enkel het water door dat we nodig hebben. Omdat we niet alles meer kunnen slikken, bereikt de buitenwereld ons steeds meer via wat onze vrienden, kennissen en collega’s leuk en interessant vinden.

Dat wordt een probleem voor veel organisaties, want ook zij maken deel uit van die tsunami. Als ze hun publiek willen blijven bereiken, zullen ze in die netwerken moeten zien te geraken. En zich moeten leren aanpassen aan die netwerken.

Leren praten als gewone mensen

Roepen dat je een prachtige tentoonstelling hebt of een nieuwe dienst hebt gelanceerd voor senioren – de klassieke manier van communiceren – werkt daar niet. Organisaties zullen moeten leren praten zoals gewone mensen op sociale media met elkaar praten. Ze zullen het gesprek moeten aangaan.

Geen bijkomend kanaal dus. Wel het signaal dat we het publiek zullen moeten binnenlaten in onze organisatie. En dan hebben we het niet alleen over promotie. Dan hebben we het niet alleen over het publiek als ambassadeur van ons verhaal, het publiek dat via de tamtam op Facebook, Twitter en al die andere kanalen reclame voor ons maakt en zo mensen bereikt die we met geen affiches of websites hadden kunnen bereiken.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=uuQkyEXrCHY?rel=0] Al bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven zullen organisaties moeten leren om het publiek inspraak te geven, het als een partner te beschouwen. Het publiek zal het op den duur, dankzij die digitale en vooral sociale media, zo gewend raken om zelf verhalen te vertellen en op die van anderen in te spelen dat het ook bij de verhalen van organisaties steeds minder genoegen zal nemen met de rol van passieve ontvanger. Het publiek zal ook daar steeds meer een rol als actieve zender, als coproducent opeisen. Dat is niet de gemakkelijkste weg, het zal met vallen en opstaan gebeuren. Maar als het eenmaal lukt, dan kan een band ontstaan tussen organisatie en publiek die bijzonder duurzaam is.

Huis van Alijn en Studio Brussel

We zien daar nu al mooie voorbeelden van, maar ze zijn nog schaars. Het Huis van Alijn in Gent bijvoorbeeld. Iedereen kan er zijn oude foto’s en filmpjes binnenbrengen, het Gentse museum maakt er tentoonstellingen mee. Het betrekt het publiek zelfs bij het taggen van de foto’s, die online gezet zijn; het publiek gaat zo de collectie mee beheren. In zijn jongste project, Tijd voor 80, verzamelt het Huis van Alijn allemaal materiaal uit de jaren tachtig, ook online. Via zowat alle mogelijke sociale media, tot Pinterest toe, kan het publiek die collectie helpen uitbreiden met YouTubefilmpjes en foto’s die het op andere websites vindt. Het museum is hier niet langer de oppermachtige, alles wetende producent, het laat het publiek binnen, doet een stap terug en vindt zichzelf opnieuw uit als regisseur.

Studio Brussel deed in zijn laatste editie van Music for Life iets gelijkaardigs. Ondanks de recordbedragen die jaar na jaar werden ingezameld, besloot de jongerenzender het over een totaal andere boeg te gooien. Niet één goed doel dat door Studio Brussel wordt bepaald, maar meer dan zevenhonderd goede doelen die door het publiek zelf mochten worden gekozen.

Zeer moedig was dat – nogal wat experts verklaarden de zender gek: waarom zo’n succesformule dumpen? Maar het werkte. Het bedrag was wel aanzienlijk lager dan in de recordjaren, maar het mocht nog altijd gezien worden. En vooral, hier was duidelijk een eerste steen gelegd van een huis waar Studio Brussel én zijn publiek nog lang kunnen aan bouwen – een huis dat misschien ooit dezelfde bedragen zal binnenhalen als het Glazen Huis, maar in elk geval een huis dat een stuk steviger zal staan dan dat broze Glazen Huis.

* Deze tekst verscheen in Blijf geen ei!  Sociale mediastrategieën voor de toekomst, een e-book dat Politeia publiceerde naar aanleiding van de studiedag Interactieve dienstverlening met sociale media (31 januari 2014).

20131205socialemedia_hoofding

Deel dit bericht

Je of u op sociale media?

  • Hoe lang duurt het lezen van dit bericht? 3 minuten
  • Wat onthouden we? Bij voorkeur je gebruiken

Gebruiken we je of u op sociale media? En wat als je op andere kanalen u gebruikt? We legden de vraag de voorbije dagen voor aan harde gebruikers via Twitter en LinkedIn.

Erg lekker

Iedereen is gewonnen voor je. “Je, zonder aarzelen”, schrijft Nicole Ceukeleer (Politeia). “Dat incrowdgevoel blijft erg lekker, ook al zijn we met zijn miljarden.”

Je!“, beaamt Lie Lauwers, webmaster in Houthalen-Helchteren. “U wringt op social media en zorgt ervoor dat je niet het gewenst effect creëert, nl. een community vormen.”

“Op sociale media vind ik dat tutoyeren het persoonlijker maakt”, zegt Anneleen Nys (wegpolitie). “De kenmerken van sociale media zijn nu eenmaal: interpersoonlijk, sociaal, user generated content (samen met gebruikers content maken) … Zeker als jullie een ‘motiverende’ organisatie zijn, is ‘herkenbaar’ aanspreken een must.”

Elitair of spontaan

Iemand met u aanspreken is “zo hoogstaand/elitair”, zegt Hilde Vandenbulcke (lokale politie Kortrijk-Kuurne-Lendelede). Op de Facebookpagina van de politiezone voelt de lezer zich meer betrokken als het met je wordt aangesproken, zegt ze.

Sociale media moeten spontaan zijn, zegt Bert De Smet (Davidsfonds). “Ik voel me maar weinig spontaan aangesproken met u. Dan ben ik blijkbaar niet Bert maar één of andere nobele onbekende mijnheer.”

Steven De Smet (lokale politie Gent) vat het mooi samen in een tweet: “Filosofie socmed = wij”.

Ook als u de norm in de communicatie is van het huis, wat je bij overheden vaak ziet, verdient je nog altijd de voorkeur op sociale media, zegt bijna iedereen. “Verlaagt de drempel en is persoonlijker”, twittert Veerle De Vries (lokale politie Antwerpen). “Op de website gebruiken we u.” Idem bij het Davidsfonds: “Officiële papieren communicatie = u, sociale media = je”, staat in de tweet van Lotte De Snijder.

“Als je een onbekende een brief stuurt, dan is u niet overdreven want je treedt ongevraagd zijn woning binnen”, vult Renzo Ottoy (consultant sociale media) aan. “Op sociale media ligt het anders. Daar is het net de bedoeling om met elkaar te communiceren en om aangesproken te worden.”

Afhankelijk van doelgroep

Anneleen Nys maakt nog een kanttekening: “De interactie leert me wel dat ik bij echte conversaties (die ontstaan door een algemene boodschap/post/message/status) kies voor de aanspreekvorm die het beste bij die persoon past. Het is ook ingebakken in onze cultuur. Belgen zijn gereserveerder, Nederlanders tutoyeren bijna overal bijvoorbeeld!”

Jo Helsen (Centrum voor Basiseducatie Halle-Vilvoorde) vindt zowel u als je kunnen op Facebook & co, “zolang je maar consequent blijft.”

“Het is toch ook wel doelgroepafhankelijk en afhankelijk van het soort organisatie. Een vereniging mag mij tutoyeren, bij een bank mag er van mij wel nog wat afstand zijn. Ik heb er vandaag trouwens eens op gelet, vooral bij twitterberichtjes. Er passeren uiterst weinig u-vormen.”

Dank aan Bert De Smet, Kurt Lafaut, Jan Debonnet, Steven De Smet, Jo Helsen, Renzo Ottoy, Anneleen Nys, Veerle De Vries, Hilde Vandenbulcke, Lie Lauwers, Marc-Pieter Devos, Nicole Ceukeleer, Lotte De Snijder en aan Kortom en alle anderen die de discussie hielpen verspreiden. Natuurlijk ook aan Tonte Chow, socialmediamanager van de stad Gent, die de vraag opwierp in de geheime Facebookgroep van een van onze opleidingen.

De volgende training+coaching Twitter voor beginners vindt plaats op 14 januari en 6 februari 2014 in M, Leuven. Op 6 en 27 mei 2014 zijn we in het FotoMuseum in Antwerpen. In 2014 komt ook Meer publiek met onze Facebookpagina terug.

Deel dit bericht

Bedank je voor elke retweet?

Op Twitter word je pas goed zichtbaar als anderen je berichten gaan delen (retweeten) met hun volgers. Maar moet je die andere telkens bedanken als hij of zij dat doet?

Ik deed het vroeger ook. Bedankt voor RT. Ik vond het een vorm van beleefdheid, maar ik ben ermee opgehouden. Een collega-tweep had me gesignaleerd dat al die bedankingetjes iemands tijdlijn snel overbelasten. Hoe goed bedoeld ook, het is ruis.

Digitale etiquette

Al dat gedank kun je inderdaad als onnodige communicatie zien. Tijdverlies dus. Sommigen vinden het ook nogal aanstellerig. Bedankt voor RT kan klinken als kijk eens, weer iemand die mij fantastisch vindt!

Maar de meningen zijn verdeeld. De digitale etiquette is nog jong, de regels liggen verre van vast (met dank, jawel, aan Lie Lauwers voor de link).

Ik zeg tegenwoordig: niet bedanken op Twitter is niet onbeleefd. Het delen maakt net de essentie uit van Facebook, Twitter en aanverwanten: sociale media zijn nu wel zo ingeburgerd dat veel mensen dat door hebben. Je hoeft niet telkens te roepen hoe fantastisch je dat delen vindt. Op Facebook ga je toch ook geen mensen bedanken omdat ze je bericht gedeeld hebben.

Obama bedankt Kate Perry

Dat belet natuurlijk niet dat je iemand die vaak je berichten retweet, niet eens een privé-bedanking kunt sturen. Zelfs een publieke bedanking moet nog af en toe kunnen, strategisch dan, wanneer je met een invloedrijke retweeter te maken hebt.

Zelfs Barack Obama doet het. Toen Katy Perry onlangs zijn ziekteverzekering aanprees via Twitter, dan bedankte hij haar met veel plezier in het openbaar. Zo haalde hij opnieuw de tijdlijn van al die fans die Kate Perry op Twitter volgen (kijk eens, de president vindt Katy leuk!).

De volgende training+coaching Twitter voor beginners vindt plaats op 15 en 31 oktober in Gent.

Deel dit bericht

Neem je publiek in dienst

WOM deelnemer training Facebook

Neem je publiek in dienst: het is een slagzin die ik vaak gebruik als ik opleidingen of lezingen over sociale media geef. Het vat goed samen hoe sociale media werken.

Als je met je organisatie kwaliteit aflevert en je spreekt daar online over op een aanstekelijke manier (dus niet met saaie aankondigingen), dan gaat je publiek dat met veel plezier doorvertellen. Mond-tot-mondreclame, maar dan online, dus met veel meer effect.

Een mooi voorbeeld is deze tweet. Die werd vorige week de wereld in gestuurd door de eerste deelnemer aan onze training+coaching Facebook. Die vertelt niet alleen dat hij zich heeft ingeschreven maar hij maakt meteen ook reclame. En daar hebben wij niets op tegen.

Over dit aspect en nog vele andere leer je alles in de training+coaching Meer publiek met onze Facebook-pagina, vanaf 28 mei.

Deel dit bericht

Facebook-update van de week

Rijksmuseum huwelijksaanzoek
De kracht van emotie op sociale media.

Musea saai? Het pas heropende Rijksmuseum toont op zijn Facebookpagina dat niet alles bij hen rond de Nachtwacht en de rest van zijn collectie draait. Het gaat ook om mensen, vooral om mensen, om wat kunstwerken bij mensen teweegbrengen.

Als je die emotie, die ontroering op de sociale media in de verf zet (excuse the pun), dan pikken mensen dat meteen op.

Huwelijksaanzoek in het museum

Jermaine en Carlo deden elkaar een huwelijksaanzoek in het Rijksmuseum, voor een huwelijksportret van Frans Hals. Zeven uur nadat dit op Facebook werd gemeld, had het bericht al meer dan 3000 duimen en was het al meer dan 400 keer gedeeld.

De meeste organisaties beperken zich tot saaie aankondigingen op hun sociale media. Deze week kregen we helaas weer we een overdosis toegediend – en nee, “breng ons een bezoek” is niet origineel. De meeste van die berichten worden dan ook lauw onthaald, of gewoon genegeerd.

Wie wel emotie toont, wordt daarvoor beloond. Dat is ook een van de conclusies van een analyse van de tien meest succesvolle Nederlandse Facebook-berichten van de afgelopen maand. Het gaat in het Rijks bovendien om de emotie van de ontmoeting, en is dat niet de essentie van sociale media?

Over dit aspect en nog vele andere leer je alles in de training+coaching Meer publiek met onze Facebook-pagina, vanaf 28 mei.

Deel dit bericht

Spoor 3: Elke dag praktische tips online

530510031075078079_dD2vPfh9_cIn de lente van 2013 moet Publiek Centraal boven water komen. Via de vele gesprekken offline en online begint onze organisatie stilaan vorm te krijgen. We leggen sinds midden december al enkele (mogelijke) sporen naar ons station.

Organisaties, in privésector en overheid, die op de eerste plaats in mensen geïnteresseerd zijn (non-profit, socialprofit…) helpen het juiste publiek te bereiken: dat is de missie van Publiek Centraal (spoor 1).

Offline gebeurt dat via opleidingen met heel veel aandacht voor de nazorg, voor begeleiding op maat, op de werkvloer, met bijvoorbeeld een extra sessie waarbij deelnemers van de opleiding successen en mislukkingen kunnen uitwisselen met elkaar (spoor 2).

Gratis tips

Online komt er een platform dat organisaties dagelijks (en gratis) van praktische tips voorziet: een stevige website, sociale media, een nieuwsbrief. Tips over hoe een goede kop boven een stukje op je website er moet uitzien, bijvoorbeeld, over welke foto’s je moet mijden op je site, over uitgesteld publiceren op sociale media, over hoe je zelf video’s moet maken – aan onderwerpen geen gebrek.

Voorwaarde is dat de tips relevant zijn. De organisaties niet bombarderen met de zoveelste hype, want die kunnen ze missen als kiespijn – ze verzuipen zo al in het werk. Maar als een hype een belangrijke trend wordt, dan gaat Publiek Centraal dat wel melden natuurlijk. En op het juiste moment, zo verliest de organisatie geen tijd en mist ze toch de trein niet. Relevant wil ook zeggen dat de tips zo moeten worden aangebracht dat iedereen, ook de leek, ze meteen kan toepassen.

Elkaar tips geven

Ook online staat de uitwisseling van ervaringen tussen organisaties centraal. Naast al die tips van experts kunnen ook de organisaties zelf elkaar nuttige wenken geven. En vragen stellen. Welke software gebruiken jullie voor de nieuwsbrief? Hoe vaak zetten jullie iets op de Facebookpagina? Kan ik uit dat nieuwe boek over sociale media iets halen voor mijn organisatie?

Die uitwisseling kan via LinkedIn natuurlijk. Maar evengoed via de website van Publiek Centraal. Als er op LinkedIn interessante discussies zijn, ook in andere groepen, bijvoorbeeld bij Kortom of Zorgnet Vlaanderen, dan zal de website ook die meteen melden en daarnaar linken. Zo hoort dat in een centraal station.

Is er volgens jullie behoefte aan zo’n onlineplatform met relevante tips en een uitwisseling van ervaringen?

Deel dit bericht

Spoor 1: Publiek luistert alleen nog als het partner mag zijn

530510031075078079_dD2vPfh9_cIn de lente van 2013 moet Publiek Centraal boven water komen. Via de vele gesprekken offline en online begint onze organisatie stilaan vorm te krijgen. We leggen de komende weken al enkele (mogelijke) sporen naar ons station.

Vroeger was het simpel. Als je als organisatie iets wereldkundig wilde maken, schraapte je een budget(je) voor communicatie samen. En volgde je het draaiboek dat het al jaren goed deed. Wat affiches en folders, en als je wat over had, kon er nog een advertentie af. Je paste je website aan – als je die al had, of als je dat al kon. En dan nog een persberichtje erachteraan. En dat was dat.

Die tijden zijn definitief veranderd.

Publiek als partner

De relatie tussen organisaties en publiek is bijzonder snel aan het veranderen, denk alleen al aan wat sociale media allemaal teweegbrengen. Het publiek staat op zijn strepen, eist als een volwaardige partner gezien te worden.

Dat vergt een andere aanpak, meer tijd. Maar door de beperkte middelen dreigt een aanzienlijk deel van de non-profitsector die trein te missen. We merken het dagelijks, onder meer in de opleidingen die we geven. En aangezien veel organisaties van subsidiëring afhangen, zal dat er niet meteen op verbeteren.

Moordende concurrentie

Bovendien heeft de digitalisering de media nu voor iedereen toegankelijk gemaakt. De concurrentie is moordend. Het publiek wordt overstelpt. Het pikt er de boodschappen uit waarin het wel correct benaderd wordt.

Professionele hulp is voor veel organisaties onbereikbaar. En als er wel een budget voor is, dan verdwijnt de expertise van zo’n bedrijf vaak na de communicatie-actie waarvoor het is ingehuurd.

Hele non-profit

De doelgroep van Publiek Centraal is duidelijk, de naam verwijst er ook naar. Publiek Centraal richt zich op alle organisaties, in privésector en overheid, die op de eerste plaats in mensen geïnteresseerd zijn, en niet in omzet- en winstcijfers – non-profit, socialprofit, hoe je het ook wil noemen, maar dus ruim gedefinieerd.

Publiek Centraal wil die organisaties helpen het juiste publiek te bereiken en tot een duurzame band te komen met dat publiek, een band waarbij ze dat publiek centraal stellen, dat wil zeggen als een volwaardige partner zien. Die duurzame band versterkt de maatschappelijke relevantie van die organisaties. Dat zou je de missie kunnen noemen van Publiek Centraal.

In de sporen die we vanaf volgende week leggen, telkens een andere manier om die missie in de praktijk om te zetten. Dat duurzaamheid ook daarin een sleutelrol zal spelen, spreekt voor zich.

Deel dit bericht