Snapchat en Instagram zitten Facebook op de hielen

Snapchat

Bij jongeren zitten Snapchat en Instagram Facebook op de hielen. Dat blijkt uit onderzoek van Mediaraven en Linc.

Facebook (87 procent) is nog altijd het meest gebruikte sociale netwerk bij jongeren (12-18 jaar). Maar Snapchat (70 procent) en Instagram (60 procent) zetten hun opmars verder. Bij kinderen (9-12 jaar) is YouTube (43 procent) het populairste netwerk, gevolgd door Ketnet (42 procent).

Facebook Messenger

De cijfers komen uit het tweejaarlijkse onderzoek Apestaartjaren van Mediaraven en Linc.

Een andere opvallende conclusie is dat 92 procent van de Vlaamse jongeren (12-18 jaar) een eigen smartphone heeft. Het is voor hen het belangrijkste digitale toestel in hun leven.

In 2014 had slechts 37 procent van de jongeren een data-abonnement (3G/4G), nu is dat al 63 procent.

Hoe meer jongeren mobiel internet hebben op hun smartphone, hoe interessanter mobiele berichtendiensten worden. Ook hier blijft Facebook Messenger (87 procent) de koploper, maar de kloof met Snapchat (66 procent) verkleint.

Bij onze opleidingen vind je onder meer Meer publiek met Facebook en Meer publiek met Instagram

Deel dit bericht

Toiletselfie op Publiek14

Als we nu eens een verbod instelden op het maken van selfies tijdens Publiek14 – behalve als ze op het toilet worden gemaakt. Maart is namelijk wereldwijd de maand tegen darmkanker. Hoezo, darmkanker? Wat heeft dat met Publiek14 te maken?

Schermafbeelding 2014-03-12 om 15.25.49In Vlaanderen heeft vzw Stop Darmkanker in geen tijd het delicate thema op de agenda gezet, dankzij heel erg slimme communicatie. De bezielier van de organisatie, dokter Luc Colemont, is dan ook een van de twintig sprekers tijdens Publiek14. Een van de vragen die hij belooft te beantwoorden is: wat kun je doen met een budget van 0 euro?

En met 0 euro kun je heel veel doen. De man is de laatste tijd niet meer uit de media is weg te slaan, tot in Reyers Laat mocht hij zijn verhaal komen vertellen.

Brad Pitt

Het succes van de organisatie is vooral een gevolg van een goed gebruik van sociale media; de Facebookpagina telt meer dan 22.000 fans. Met een brief aan Brad Pitt haalde de organisatie zelfs de buitenlandse media (Brad is net 50 geworden, de risicoleeftijd voor darmkanker).

Stop Darmkanker wist ook bekende Vlamingen als Kris Peeters, Freya Van den Bossche, Goedele Liekens en Tom Waes te overtuigen een selfie op het toilet te maken. Tom Waes haalde er de cover van Dag Allemaal mee. Vandaag maakte ook MNM-presentator Peter Van de Veire een toiletselfie. Nu u nog. In de Minard wel te verstaan.

Publiek14, de inspiratiedag voor social profit en overheid, vindt plaats op maandag 24 maart 2014 in de Minard in Gent. Het thema is: Minder geld, meer publiek.

Deel dit bericht

Facebook? Beter mee stoppen *

  • Hoe lang duurt het lezen van dit bericht? 3 minuten
  • Wat onthouden we? Sociale media zijn veel meer dan een bijkomend communicatiekanaal.

Facebook? Beter mee stoppen. Twitter? Beter niet aan beginnen. We komen zo al tijd te kort. En veel meer dan een hype zijn die sociale media toch niet. Waait wel over – las ik in de krant niet dat tieners Facebook de rug al toekeren?

Ik hoor dit soort commentaren vaak – te vaak – bij social-profit- en overheidsorganisaties in Vlaanderen. Ze kloppen niet maar ze zijn wel logisch. We moeten allemaal veel te veel doen met veel te weinig middelen. En dan ga je al eens twijfelen aan het nut van die toch zo moeilijk grijpbare sociale media.

Schermafbeelding 2014-02-04 om 11.47.12

Maar ook bij wie wel overtuigd is, klopt het verhaal niet altijd. Niet zelden springt men op de trein om de verkeerde redenen. Omdat het een bijkomend kanaal voor onze communicatie zou zijn bijvoorbeeld – een gratis kanaal bovendien!

Gratis? Ja, de sociale media zelf zijn dat wel – daarom hebben ze ook in geen tijd de wereld veroverd – maar als je er echt mensen mee wil bereiken, dan kruipt daar toch behoorlijk wat tijd in. En die tijd kost geld (geld dat je op minder efficiënte communicatie kunt besparen natuurlijk).

Als Facebook morgen verdween

9789077442128En een communicatiekanaal dat erbij komt? Neen, sociale media zijn iets helemaal anders. Ze wijzen op grondige veranderingen bij ons publiek. Die wijzigingen zijn zo grondig dat het zelfs geen verschil zou uitmaken als Facebook morgen verdween. Dan komt er overmorgen wel iets anders in de plaats dat diezelfde veranderingen weerspiegelt.

Spontane buurtfeesten, auto- en fietsdelen, een bloeiend verenigingsleven, studenten die samen studeren in bibliotheken, … We zijn socialer dan ooit, ook buiten al die media.

Bovendien is dat publiek machtiger dan ooit. Dankzij het internet zijn mensen steeds beter geïnformeerd, dus kritischer, dus mondiger. Fons Van Dyck beschreef het in 2007 al treffend in Het Merk Mens, een boek waar we nog steeds graag naar verwijzen in onze opleidingen.

Een tsunami van informatie

Als je die twee elementen samenbrengt, een goed geïnformeerd en tegelijk samenwerkend publiek, dan krijg je mond-tot-mondreclame, een fenomeen dat zo oud is als de mensheid. Maar voeg je daar internet aan toe, dan krijg je Facebook, en al die andere sociale media.

Via televisie, radio, gedrukte media en vooral internet zien we alle dagen een tsunami van informatie op ons afkomen. Daar wapenen we ons steeds meer tegen met behulp van onze sociale netwerken. Onze vrienden, kennissen en collega’s op het net vormen een soort waterkering. Zij laten enkel het water door dat we nodig hebben. Omdat we niet alles meer kunnen slikken, bereikt de buitenwereld ons steeds meer via wat onze vrienden, kennissen en collega’s leuk en interessant vinden.

Dat wordt een probleem voor veel organisaties, want ook zij maken deel uit van die tsunami. Als ze hun publiek willen blijven bereiken, zullen ze in die netwerken moeten zien te geraken. En zich moeten leren aanpassen aan die netwerken.

Leren praten als gewone mensen

Roepen dat je een prachtige tentoonstelling hebt of een nieuwe dienst hebt gelanceerd voor senioren – de klassieke manier van communiceren – werkt daar niet. Organisaties zullen moeten leren praten zoals gewone mensen op sociale media met elkaar praten. Ze zullen het gesprek moeten aangaan.

Geen bijkomend kanaal dus. Wel het signaal dat we het publiek zullen moeten binnenlaten in onze organisatie. En dan hebben we het niet alleen over promotie. Dan hebben we het niet alleen over het publiek als ambassadeur van ons verhaal, het publiek dat via de tamtam op Facebook, Twitter en al die andere kanalen reclame voor ons maakt en zo mensen bereikt die we met geen affiches of websites hadden kunnen bereiken.

[youtube http://www.youtube.com/watch?v=uuQkyEXrCHY?rel=0] Al bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven zullen organisaties moeten leren om het publiek inspraak te geven, het als een partner te beschouwen. Het publiek zal het op den duur, dankzij die digitale en vooral sociale media, zo gewend raken om zelf verhalen te vertellen en op die van anderen in te spelen dat het ook bij de verhalen van organisaties steeds minder genoegen zal nemen met de rol van passieve ontvanger. Het publiek zal ook daar steeds meer een rol als actieve zender, als coproducent opeisen. Dat is niet de gemakkelijkste weg, het zal met vallen en opstaan gebeuren. Maar als het eenmaal lukt, dan kan een band ontstaan tussen organisatie en publiek die bijzonder duurzaam is.

Huis van Alijn en Studio Brussel

We zien daar nu al mooie voorbeelden van, maar ze zijn nog schaars. Het Huis van Alijn in Gent bijvoorbeeld. Iedereen kan er zijn oude foto’s en filmpjes binnenbrengen, het Gentse museum maakt er tentoonstellingen mee. Het betrekt het publiek zelfs bij het taggen van de foto’s, die online gezet zijn; het publiek gaat zo de collectie mee beheren. In zijn jongste project, Tijd voor 80, verzamelt het Huis van Alijn allemaal materiaal uit de jaren tachtig, ook online. Via zowat alle mogelijke sociale media, tot Pinterest toe, kan het publiek die collectie helpen uitbreiden met YouTubefilmpjes en foto’s die het op andere websites vindt. Het museum is hier niet langer de oppermachtige, alles wetende producent, het laat het publiek binnen, doet een stap terug en vindt zichzelf opnieuw uit als regisseur.

Studio Brussel deed in zijn laatste editie van Music for Life iets gelijkaardigs. Ondanks de recordbedragen die jaar na jaar werden ingezameld, besloot de jongerenzender het over een totaal andere boeg te gooien. Niet één goed doel dat door Studio Brussel wordt bepaald, maar meer dan zevenhonderd goede doelen die door het publiek zelf mochten worden gekozen.

Zeer moedig was dat – nogal wat experts verklaarden de zender gek: waarom zo’n succesformule dumpen? Maar het werkte. Het bedrag was wel aanzienlijk lager dan in de recordjaren, maar het mocht nog altijd gezien worden. En vooral, hier was duidelijk een eerste steen gelegd van een huis waar Studio Brussel én zijn publiek nog lang kunnen aan bouwen – een huis dat misschien ooit dezelfde bedragen zal binnenhalen als het Glazen Huis, maar in elk geval een huis dat een stuk steviger zal staan dan dat broze Glazen Huis.

* Deze tekst verscheen in Blijf geen ei!  Sociale mediastrategieën voor de toekomst, een e-book dat Politeia publiceerde naar aanleiding van de studiedag Interactieve dienstverlening met sociale media (31 januari 2014).

20131205socialemedia_hoofding

Deel dit bericht

3 redenen om Facebook (nog) niet te verlaten

Facebook bestaat 10 jaar vandaag. De laatste tijd lezen we steeds vaker dat tieners Facebook steeds minder lusten. Het begin van het einde? Moeten we met onze organisatie nog wel tijd investeren in Facebook? Zelf zijn we geen grote fan van het Amerikaanse bedrijf maar toch drie redenen om het nog niet meteen de rug toe te keren.
4931636258_fde49caec4_o

  1. Ga waar je publiek zit: een simpele wet in de communicatie. Wereldwijd telt Facebook nog altijd 1,2 miljard gebruikers, in België zijn we met meer dan 5 miljoen, daar zal het vertrek van Peter Van de Veire niets aan veranderen. Een belangrijk deel van ons publiek zit daar dus nog altijd. En zal daar morgen ook nog zitten. Overmorgen misschien niet meer, maar daar heeft je publiek vandaag geen boodschap aan.
  2. Facebook sleutelt voortdurend. De socialenetwerksite ziet beter dan wie ook het veranderende gedrag van zijn gebruikers. Om het hen zo aangenaam mogelijk te maken schaaft het met de regelmaat van een klok aan de filter tot hun nieuwsoverzichten en verschijnen of verdwijnen functies  – tot frustratie van veel paginabeheerders. Als Facebook overmorgen nog bestaat, dan zal het er helemaal anders uitzien dan vandaag.
  3. Adverteren was nog nooit zo goedkoop en efficiënt. Voor organisaties met beperkte budgetten is adverteren zeer betaalbaar op Facebook. Al vanaf enkele euro’s kun je een groot publiek bereiken. Bovendien maakt Facebook zich sterk dat het je advertenties vooral aan mensen laat zien met een profiel dat bij je organisatie aanleunt. Bovendien kun je ook gewone berichten een zetje geven met een handvol euro’s: die zien er niet echt uit als advertenties en worden daarom beter getolereerd door gebruikers. Of ze dat overmorgen nog zullen pikken, is een andere vraag natuurlijk.
Deel dit bericht